Citaat | Hoge Raad 19 mei 2000

Alinea 31 Hoge Raad 19 mei 2000

Een alinea uit Hoge Raad 19 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5876.

Op grond van de feiten en omstandigheden opgesomd in rov. 3.2 van zijn beschikking is het Hof in rov. 3.3 tot het oordeel gekomen dat in dit geval gesproken kan worden van een nauwe persoonlijke betrekking in de zin van art. 1:377f BW tussen de vader en [de dochter], zodat tevens sprake is van “family life” tussen hen in de zin van art. 8 EVRM. Het Hof heeft derhalve de vader alsnog ontvankelijk geacht in zijn inleidende verzoek en de voort-zetting van de behandeling bepaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e94d83ccc1c8ab4842e3d4749f90d66ad824dd3907e684317fbe526751031368. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e94d83ccc1c8ab4842e3d4749f90d66ad824dd3907e684317fbe526751031368, en de alinea staat in dat document op bytes 7731 tot 8233.