Citaat | Hoge Raad 19 mei 2000
Alinea 34 Hoge Raad 19 mei 2000
Een alinea uit Hoge Raad 19 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5876.
3.4 Het middel faalt. Door op grond van de in rov. 3.2 van zijn beschikking opgesomde feiten en omstandigheden, die deels betrekking hebben op de periode vóór de geboorte van [de dochter] en deels op de periode na haar geboorte, door het Hof kennelijk beschouwd in onderling verband en samenhang, tot zijn in rov. 3.3 van zijn beschikking vermelde oordeel te komen, heeft het Hof niet blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Dit oordeel kan voor het overige, verweven als het is met waarderingen van feitelijke aard, in cassatie niet op zijn juistheid worden getoetst. Het is ook niet onbegrijpelijk, noch onvoldoende gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e94d83ccc1c8ab4842e3d4749f90d66ad824dd3907e684317fbe526751031368. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e94d83ccc1c8ab4842e3d4749f90d66ad824dd3907e684317fbe526751031368, en de alinea staat in dat document op bytes 9080 tot 9735.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e94d83ccc1c8ab4842e3d4749f90d66ad824dd3907e684317fbe526751031368 | shasum -a 256