Citaat | Hoge Raad 26 mei 2000

Alinea 57 Hoge Raad 26 mei 2000

Een alinea uit Hoge Raad 26 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5953.

4.2.2 Bij de beoordeling van de in het onderdeel vervatte klachten moet in de eerste plaats worden vooropgesteld dat in het onderhavige geval sprake is van handelen door [verweerder] namens een nog door hem te noemen volmachtgever. Deze figuur wordt thans beheerst door art 3:67 BW. Het in dit artikel bepaalde wijkt echter niet af van hetgeen te dezer zake gold ten tijde van het aangaan van de koopovereenkomst. Voorts moet worden vooropgesteld dat alleen dan sprake is van het op de voet van art. 3:67 lid 1 noemen van de naam van een volmachtgever als in deze bepaling is bedoeld, wanneer het noemen van de naam van de volmachtgever zonder voorbehoud geschiedt zodat het voor de wederpartij vaststaat wie partij is bij de overeenkomst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/38e15fc24842de7cc70dcaee5f3672fea052d9a29602b56ec030b3565eb1655f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 38e15fc24842de7cc70dcaee5f3672fea052d9a29602b56ec030b3565eb1655f, en de alinea staat in dat document op bytes 16818 tot 17570.