Citaat | Hoge Raad 26 mei 2000
Alinea 58 Hoge Raad 26 mei 2000
Een alinea uit Hoge Raad 26 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5953.
4.2.3 In zijn door het onderdeel bestreden rechtsoverweging heeft het Hof hetzij blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, hetzij zijn oordeel niet naar de eis der wet van een motivering voorzien. Van een onjuiste rechtsopvatting heeft het Hof blijk gegeven indien het heeft miskend dat de aanwijzing van de volmachtgever in de hiervoor vermelde zin zonder voorbehoud diende te geschieden. Indien het Hof zulks niet heeft miskend is zijn oordeel niet begrijpelijk. Uit de vaststaande feiten blijkt immers dat Beheermaatschappij Regts B.V. niet als partij bij de overeenkomst is opgetreden. Tevens blijkt daaruit dat in de na 19 november 1991 omtrent de koopovereenkomst gevoerde briefwisseling de van de zijde van de koper afkomstige brieven werden geschreven namens Newco. Dit doet zozeer voor de hand liggen dat Beheermaatschappij Regts B.V. niet de definitieve koper was, dat ’s Hofs oordeel dat [verweerder] door het noemen van de naam van deze vennootschap had voldaan aan zijn verplichting de naam van zijn volmachtgever te noemen, nadere motivering behoefde. Het onderdeel treft derhalve doel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/38e15fc24842de7cc70dcaee5f3672fea052d9a29602b56ec030b3565eb1655f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 38e15fc24842de7cc70dcaee5f3672fea052d9a29602b56ec030b3565eb1655f, en de alinea staat in dat document op bytes 17578 tot 18702.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/38e15fc24842de7cc70dcaee5f3672fea052d9a29602b56ec030b3565eb1655f | shasum -a 256