Citaat | Hoge Raad 26 mei 2000

Alinea 63 Hoge Raad 26 mei 2000

Een alinea uit Hoge Raad 26 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5953.

4.5 Onderdeel 4c, is gericht tegen ’s Hofs rov. 11, tweede alinea. Hetgeen het Hof daar overweegt betreft de vraag op wie de last rust te bewijzen dat [verweerder] bij het aangaan van de overeenkomst wist of behoorde te weten dat de door hem als lastgever genoemde vennootschap op 19 november 1991 de overeenkomst niet zou kunnen nakomen. Het Hof heeft klaarblijkelijk geoordeeld dat de bewijslast te dier zake op Weld-Equip rustte. Het bouwt bij dit oordeel voort op hetgeen het in rov. 10 heeft overwogen. Nu ’s Hofs oordeel in deze rechtsoverweging geen stand houdt, kan de door het onderdeel bestreden oordeel evenmin standhouden. Het onderdeel treft derhalve eveneens doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/38e15fc24842de7cc70dcaee5f3672fea052d9a29602b56ec030b3565eb1655f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 38e15fc24842de7cc70dcaee5f3672fea052d9a29602b56ec030b3565eb1655f, en de alinea staat in dat document op bytes 20943 tot 21640.