Citaat | Hoge Raad 26 mei 2000

Alinea 41 Hoge Raad 26 mei 2000

Een alinea uit Hoge Raad 26 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5960.

3.2 In dit kort geding heeft [verweerder] gevorderd dat het Gerecht in Eerste Aanleg het Land en de Ontvanger zal bevelen het (herleefde) beslag op de onroerende zaken op te heffen. Het Gerecht in Eerste Aanleg heeft deze vordering afgewezen. Het Hof heeft echter geoordeeld, kort weergegeven, dat de overdracht van de onroerende zaken door [verkoper] aan [verweerder], geschied in de periode tussen de opheffing van het beslag en de vernietiging van het vonnis waarbij de opheffing werd bevolen, door de Ontvanger moet worden geëerbiedigd. Voorts heeft het Hof geoordeeld dat de onroerende zaken door de overdracht aan [verweerder], uit het vermogen van de beslagdebiteur zijn geraakt, zodat het beslag daarop niet kon herleven. Het Hof heeft de Ontvanger bevolen mee te werken aan doorhaling van het beslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ef0f290a2d98d7a4d2e8d440ccf11ed9d11fdd4b065ce7725c814cbee16d2bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ef0f290a2d98d7a4d2e8d440ccf11ed9d11fdd4b065ce7725c814cbee16d2bf, en de alinea staat in dat document op bytes 11221 tot 12045.