Citaat | Hoge Raad 26 mei 2000
Alinea 154 Hoge Raad 26 mei 2000
Een alinea uit Hoge Raad 26 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5964.
Reeds aanstonds blijkt onvoldoende of de Rechtbank heeft gemeend dat [verzoeker 2] c.s. ook jegens de overige appartementseigenaars op grond van de koop-/aannemingsovereenkomsten gebonden waren aan centrale verhuur. Zou de Rechtbank ervan zijn uitgegaan dat voor [verzoeker 2] c.s. ingevolge die overeenkomsten in verbinding met de verkoopdocumentatie een gebondenheid niet alleen jegens de wederpartij bij de overeenkomsten - [Bouwmaatschappij B.V.] - maar ook jegens de andere appartementseigenaars bestond, dan heeft zij hetzij miskend dat een overeenkomst in beginsel alleen voor partijen rechten en verplichtingen schept, hetzij haar beslissing onvoldoende met redenen omkleed, nu zonder nadere motivering, die evenwel ontbreekt, niet duidelijk is op grond waarvan zij heeft aangenomen dat [verzoeker 2] c.s. ook jegens de andere appartementseigenaars aan deze overeenkomst waren gebonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/771ec7fc16ee44dcb392af0e653bcb43ff63dcb553668e361333d00dedcc28f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 771ec7fc16ee44dcb392af0e653bcb43ff63dcb553668e361333d00dedcc28f8, en de alinea staat in dat document op bytes 21472 tot 22380.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/771ec7fc16ee44dcb392af0e653bcb43ff63dcb553668e361333d00dedcc28f8 | shasum -a 256