Citaat | Hoge Raad 26 mei 2000
Alinea 155 Hoge Raad 26 mei 2000
Een alinea uit Hoge Raad 26 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5964.
Zou de Rechtbank hebben bedoeld tot uitdrukking te brengen dat de enkele omstandigheid dat [verzoeker 2] c.s. zich contractueel hadden verbonden tot centrale verhuur meebrengt dat, ook afgezien van de vraag of die contractuele gebondenheid ook je-gens de andere appartementseigenaars bestond, voor hun weigering mee te werken aan de voorgestelde wijziging van de akte van splitsing geen redelijke grond bestond, dan heeft zij hetzij uit het oog verloren dat voormelde omstandigheid weliswaar behoort te worden meegewogen bij de beantwoording van de vraag of een redelijke grond voor de weigering bestaat, maar niet doorslaggevend is, hetzij, als zij dit niet heeft miskend, verzuimd aan te geven welke andere omstandigheden zij bij de beantwoording van die vraag heeft betrokken en welk gewicht zij daaraan heeft toegekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/771ec7fc16ee44dcb392af0e653bcb43ff63dcb553668e361333d00dedcc28f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 771ec7fc16ee44dcb392af0e653bcb43ff63dcb553668e361333d00dedcc28f8, en de alinea staat in dat document op bytes 22388 tot 23225.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/771ec7fc16ee44dcb392af0e653bcb43ff63dcb553668e361333d00dedcc28f8 | shasum -a 256