Citaat | Hoge Raad 31 mei 2000
Alinea 35 Hoge Raad 31 mei 2000
Een alinea uit Hoge Raad 31 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6100.
In rov. 6.5.3 en 6.8 heeft de Ondernemingskamer haar oordeel verder toegespitst op de verantwoordelijkheid van de Verzekeringskamer. Daarbij heeft de Ondernemingskamer overwogen dat het tijdstip en de wijze waarop de noodregeling is aangevraagd, niet het beleid of de gang van zaken van Vie d’Or betreffen, zodat zij zich in zoverre niet zal uitspreken over de vordering van de PG. De Ondernemingskamer heeft het verweer van de Verzekeringskamer dat zij de opzegging van de contracten door Merrill Lynch en de daardoor ontstane problemen niet heeft kunnen voorzien, verworpen. De Ondernemingskamer heeft daartoe overwogen dat de Verzekeringskamer onder de noodregeling alle bevoegdheden van de bestuurders en commissarissen had en uit hoofde van haar taak als toezichthouder op de hoogte was van de contracten. Voorzover nodig had de Verzekeringskamer zich te dier zake nader op de hoogte kunnen laten stellen en het nodige onderzoek kunnen laten doen, in elk geval vanaf het moment waarop zij ernstig rekening moest houden met het inroepen van de noodregeling. Dat zij dit heeft nagelaten of onvoldoende heeft gedaan, kan haar volgens de Ondernemingskamer als gemachtigde onder de noodregeling worden toegerekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9fca700affbc56f31df7c9125255ad20456a05d561f5747adbf7eadc0765d847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9fca700affbc56f31df7c9125255ad20456a05d561f5747adbf7eadc0765d847, en de alinea staat in dat document op bytes 11861 tot 13091.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9fca700affbc56f31df7c9125255ad20456a05d561f5747adbf7eadc0765d847 | shasum -a 256