Citaat | Hoge Raad 31 mei 2000

Alinea 40 Hoge Raad 31 mei 2000

Een alinea uit Hoge Raad 31 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6100.

3.4.2 Het tweede onderdeel strekt ten betoge dat de Ondernemingskamer haar oordeel dat de Verzekeringskamer mede verantwoordelijk is voor het geconstateerde wanbeleid van Vie d’Or heeft gebaseerd op toerekening aan haar van - feitelijk ontbrekende - kennis van de inhoud van de risico’s van de ML-contracten. Het onderdeel dat een aantal rechts- en motiveringsklachten bevat, faalt. De oordelen van de Ondernemingskamer dat de Verzekeringskamer in de periode van de noodregeling (i) al beschikte, of had kunnen beschikken, over kennis die zij in de daaraan voorafgaande periode had opgedaan, of had kunnen opdoen, en (ii) in elk geval geacht moet worden als gemachtigde, aan wie de kennis van bestuur en commissarissen van Vie d’Or moet worden toegerekend, over die kennis te beschikken, getuigen niet van een onjuiste rechtsopvatting. Die oordelen zijn niet onbegrijpelijk en zij kunnen, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op hun juistheid worden getoetst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9fca700affbc56f31df7c9125255ad20456a05d561f5747adbf7eadc0765d847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9fca700affbc56f31df7c9125255ad20456a05d561f5747adbf7eadc0765d847, en de alinea staat in dat document op bytes 15230 tot 16256.