Citaat | Hoge Raad 9 juni 2000
Alinea 38 Hoge Raad 9 juni 2000
Een alinea uit Hoge Raad 9 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6160.
De Rechtbank heeft overwogen dat bij de beoordeling van het geschil zal worden uitgegaan van het indertijd geldende recht, omdat de feiten waarover het in deze procedure gaat zich deels hebben voorgedaan voor 1 januari 1996. Vervolgens heeft de Rechtbank, kort samengevat en voorzover in cassatie van belang, als volgt overwogen. Gebleken is, onder meer uit overgelegd briefpapier, orderbevestigingen etc. en het gegeven dat hij bewust bezig was met klantenwerving, dat de activiteiten van [verzoeker] bedrijfsmatig van aard waren en dat zijn werkzaamheden als zelfstandige niet meer marginaal genoemd kunnen worden. Hij moet daarom aangemerkt worden als zelfstandige. Hij was als zodanig niet beschikbaar voor de arbeidsmarkt. [Verzoeker] was derhalve niet een werkloze werknemer als bedoeld in art.1 RWW (oud) aan wie op basis van art. 4 van dat besluit bijstand wordt verleend. De grieven 1 en 2 treffen derhalve geen doel. Volgens vaste jurisprudentie is het zogenoemde urencriterium in dit verband niet relevant voor de vraag of iemand als zelfstandige bedrijfsmatig arbeid verricht; grief 3 treft dan ook evenmin doel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/883fdaa6395af28f3b1aea0d24cc603c9ff61eb077716deac7aed2d7a9471600. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 883fdaa6395af28f3b1aea0d24cc603c9ff61eb077716deac7aed2d7a9471600, en de alinea staat in dat document op bytes 9862 tot 11000.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/883fdaa6395af28f3b1aea0d24cc603c9ff61eb077716deac7aed2d7a9471600 | shasum -a 256