Citaat | Hoge Raad 9 juni 2000
Alinea 45 Hoge Raad 9 juni 2000
Een alinea uit Hoge Raad 9 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6160.
3.5.1 Onder VI klaagt het middel in de eerste plaats dat de Rechtbank, overwegende dat [verzoeker] niet een werkloze werknemer is, ten onrechte niet is ingegaan op het verweer van [verzoeker] dat hij met zijn activiteiten als striptekenaar in het geheel geen inkomsten heeft genoten en daardoor niet in staat was in zijn levensonderhoud te voorzien. Het middel herhaalt in dit verband de door [verzoeker] reeds bij de Rechtbank aangevoerde stelling dat de Gemeente, ook als [verzoeker] zijn activiteiten wel zou hebben aangemeld, een uitkering zou hebben verstrekt. De tweede klacht onder VI houdt in dat de Rechtbank ten onrechte is voorbijgegaan aan de omstandigheid dat [verzoeker] in de strafzaak ter zake van de onderhavige uitkering is vrijgesproken van de hem ten laste gelegde valsheid in geschrift.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/883fdaa6395af28f3b1aea0d24cc603c9ff61eb077716deac7aed2d7a9471600. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 883fdaa6395af28f3b1aea0d24cc603c9ff61eb077716deac7aed2d7a9471600, en de alinea staat in dat document op bytes 14961 tot 15781.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/883fdaa6395af28f3b1aea0d24cc603c9ff61eb077716deac7aed2d7a9471600 | shasum -a 256