Citaat | Hoge Raad 9 juni 2000

Alinea 49 Hoge Raad 9 juni 2000

Een alinea uit Hoge Raad 9 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6162.

Gelet op het bovenstaande is het hof van oordeel dat in het licht van alle omstandigheden naar redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet van de man mag worden verwacht. (…) Daarbij overweegt het Hof voorts dat, nu vast is komen te staan dat de vrouw ten tijde van het sluiten van het convenant reeds samenwoonde met haar huidige echtgenoot, terwijl uit hetgeen de man heeft aangevoerd en uit de brief van mr. Slob - Schuit van 27 augustus 1997 is gebleken, namelijk dat ten tijde van het totstandkomen van het convenant de vrouw uitdrukkelijk had toegezegd nooit meer te gaan samenwonen, de vrouw zich redelijkerwijs onder deze omstandigheden niet meer op de bepaling uit het convenant zoals weergegeven onder paragraaf 2.3 van de overeenkomst, kan beroepen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d8a0a0c98510f3255c416004e0dad9fc3f91c40502c008d19536e0c87e3c996. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d8a0a0c98510f3255c416004e0dad9fc3f91c40502c008d19536e0c87e3c996, en de alinea staat in dat document op bytes 12163 tot 12976.