Citaat | Hoge Raad 9 juni 2000

Alinea 44 Hoge Raad 9 juni 2000

Een alinea uit Hoge Raad 9 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6164.

3.3.2 Het voorschrift van art. 69 F. is - voorzover thans van belang - gegeven om het mogelijk te maken dat een bevel als in die bepaling bedoeld wordt gegeven, indien de bij het beheer en de vereffening van de failliete boedel betrokken belangen van een verzoeker als schuldeiser door de voorgenomen handeling (of het niet-handelen) van de curator dreigen te worden geschaad. Nu een eventueel door Hannover te betalen verzekeringsuitkering in de failliete boedel vloeit en daarmee de omvang van de boedel mede bepaalt, dient ervan te worden uitgegaan dat het verzoek van [verzoeker] het beheer van de failliete boedel betreft. Daaraan doet niet af dat [verzoeker] zich, gelet op het bijzondere voorrecht van art. 3:287 BW, bij voorrang op de verzekeringspenningen kan verhalen. De curator is immers gehouden niet alleen de belangen van de concurrente schuldeisers, maar ook die van de preferente schuldeisers te behartigen. Anders dan de Rechtbank heeft geoordeeld is voor de ontvankelijkheid van het verzoek van [verzoeker] dan ook niet bepalend dat "het gehele door Hannover uit te keren bedrag, na aftrek van de algemene bijdrage in de faillissementskosten, naar [verzoeker] [gaat]."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ba2bd96e00478923753305dcb3d74d9399c7cf93a81c4c210c960b13a876221. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ba2bd96e00478923753305dcb3d74d9399c7cf93a81c4c210c960b13a876221, en de alinea staat in dat document op bytes 13071 tot 14272.