Citaat | Hoge Raad 14 juni 2000
Alinea 103 Hoge Raad 14 juni 2000
Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6199.
4.8. Ik laat hier in het midden of een en ander inderdaad de bedoeling is of mag zijn (zie nader Koopman, Bewijslast in belastingzaken, 1996, blz. 189; L.A. de Blieck/P.J. van Amers-foort/J. de Blieck/E.A.G. van der Ouderaa/Koopman, Algeme-ne wet inzake rijksbelastingen, 1999, blz. 351-350, en Feteris, Formeel belastingrecht, 1999, blz. 229). Aannemen-de dat met de in pt. 4.1. bedoel-de wets-wijzigingen niet is bedoeld het voordien geldende régime ten aanzien van verhogin-gen te wijzigen (vgl. Roor-ding, t-.a.p.), ben ik van mening dat in ieder geval tot 1 januari 1998 (zie pt. 4.4.) verhogingen hoe dan ook niet onder art. 29, lid 1, AWR vielen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/35d08ca8152c72a235ce008fd156c3db8770b32842d3d1de1ddd254cc8840b1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 35d08ca8152c72a235ce008fd156c3db8770b32842d3d1de1ddd254cc8840b1f, en de alinea staat in dat document op bytes 31478 tot 32145.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/35d08ca8152c72a235ce008fd156c3db8770b32842d3d1de1ddd254cc8840b1f | shasum -a 256