Citaat | Hoge Raad 14 juni 2000

Alinea 72 Hoge Raad 14 juni 2000

Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6199.

3.3. Op zijn beurt zal dat feit (mede) afgeleid kunnen worden uit eventuele andere gebreken van de administratie. Een boekhouding die op het eerste gezicht voldoet aan de eisen van art. 31 Uitv.besch. OB 1968, kan om andere redenen derma-te onge-loofwaardig zijn dat daardoor het vermoeden rijst dat (ook) een of meer OB-verplichtin-gen niet (volledig) zijn nageko-men. Als zodanig vermoeden niet wordt weerlegd, leidt de verwerping van de boek-houding al-licht tot omkering van de bewijs-last op grond van art. 36 Wet OB; vgl. HR 12 oktober 1988, BNB

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/35d08ca8152c72a235ce008fd156c3db8770b32842d3d1de1ddd254cc8840b1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 35d08ca8152c72a235ce008fd156c3db8770b32842d3d1de1ddd254cc8840b1f, en de alinea staat in dat document op bytes 22030 tot 22595.