Citaat | Hoge Raad 14 juni 2000

Alinea 81 Hoge Raad 14 juni 2000

Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6199.

"dat artikel 31 (Uitv. besch. OB 1968) (...) de ondernemer (...) met betrekking tot de uitgaven en ontvangsten ter zake van de aan hem en door hem verrichte leveringen van goederen en verleende dien-sten tot niet meer verplicht dan het regelmatig aanteke-ning houden daarvan op zodanig duidelijke en overzichte-lijke wijze en met vermelding van zodanige bijzonderhe-den, dat aan de hand daarvan de door de ondernemer over een bepaald tijdvak verschuldigde belasting kan worden vastgesteld; dat het Hof weliswaar heeft vastgesteld dat belang-hebbende zijn kasontvangsten per dag niet volledig en niet tot de juiste bedragen in het doorschrijfkasboek heeft verant-woord, doch uit deze enkele omstandigheid nog niet be-hoeft te volgen dat de hiervoor genoemde zware sanctie [van omkering van de bewijslast] in werking treedt; dat immers uit de geschiedenis en strekking van artikel 36 (Wet OB 1968) is af te leiden dat onvolkomenheden als hiervoor bedoeld - hoezeer daarmede op zich zelf door de ondernemer niet volledig wordt voldaan aan een op hem rustende verplichting als bedoeld in dat artikel - van zo weinig gewicht kunnen zijn dat door die onvolkomenheden vorenbedoelde sanctie niet gerechtvaar-digd is".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/35d08ca8152c72a235ce008fd156c3db8770b32842d3d1de1ddd254cc8840b1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 35d08ca8152c72a235ce008fd156c3db8770b32842d3d1de1ddd254cc8840b1f, en de alinea staat in dat document op bytes 23464 tot 24687.