Citaat | Hoge Raad 14 juni 2000

Alinea 94 Hoge Raad 14 juni 2000

Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6199.

4.3. De onschuldpresumptie van art. 6, lid 2, EVRM leidt tot een verge-lijkbaar resultaat; zie M.W.C. Feteris, Fiscale administratieve sancties en het recht op een behoorlijk pro-ces, 1993, blz. 611-612, met uitvoerige verwijzingen (nt. 119) waaraan ik nog toevoeg Koopman, Bewijslast in belastingzaken, 1996, blz. 188-189. Zie ook Wattel, die in zijn noot onder HR 23 juni 1992, BNB 1993/273, nog een slag om de arm houdt,6 en Roording, t.a.p., blz. 89-90, die wijst op de praktische problemen van de onderhavige opvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/35d08ca8152c72a235ce008fd156c3db8770b32842d3d1de1ddd254cc8840b1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 35d08ca8152c72a235ce008fd156c3db8770b32842d3d1de1ddd254cc8840b1f, en de alinea staat in dat document op bytes 28532 tot 29069.