Citaat | Hoge Raad 14 juni 2000

Alinea 33 Hoge Raad 14 juni 2000

Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6211.

3.1.9. Bij het opleggen van de voorlopige aanslag heeft de Inspecteur zich op het standpunt gesteld dat in 1998 de schulden van belanghebbende, voorzover zij niet zullen worden voldaan, vrijvallen ten gunste van de fiscale winst. Die vrijval beloopt volgens de Inspecteur ƒ 1,724 miljard, dat is het negatieve fiscale vermogen van belanghebbende op de datum waarop de staat van insolventie intrad. Hij heeft zich nader op het standpunt gesteld dat door de verrekening van de aan belanghebbende bij de ontvoeging met goedkeuring van de Staatssecretaris ‘meegegeven’ verliezen tot een bedrag van ƒ 1,324 miljard het belastbare bedrag over het jaar 1998 dient te worden gesteld op ƒ 400 miljoen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63cfd433751919f0e2f92999d07e503f76fb5bd9a38aae33e89fdedf3987d241. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63cfd433751919f0e2f92999d07e503f76fb5bd9a38aae33e89fdedf3987d241, en de alinea staat in dat document op bytes 11948 tot 12660.