Citaat | Hoge Raad 16 juni 2000

Alinea 38 Hoge Raad 16 juni 2000

Een alinea uit Hoge Raad 16 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6231.

[Eiseres] grondt haar stelling dat haar ter zake van haar onbetaald gebleven vorderingen een retentierecht toekwam hierop dat het geen verschil maakt of deze vorderingen op [de man] voortvloeien uit een met de eigenaar van de grond dan wel met haar echtgenoot gesloten overeenkomst. De bank voert daartegen aan dat aan [eiseres] geen retentierecht toekwam omdat de onbetaald gebleven vorderingen van [eiseres] niet voortspruiten uit een met de eigenaar van de onroerende zaak gesloten overeenkomst, maar uit een door [eiseres] met [de man] gesloten overeenkomst die, volgens de bank, [de vrouw] niet regardeert en die zeker niet een aan de bank tegen te werpen retentierecht kon doen ontstaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ce4ba098b8c271a26a0fea8381ec9e31903ce7c7e524a6b2d510c985a77e6a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ce4ba098b8c271a26a0fea8381ec9e31903ce7c7e524a6b2d510c985a77e6a4, en de alinea staat in dat document op bytes 9794 tot 10502.