Citaat | Hoge Raad 16 juni 2000
Alinea 43 Hoge Raad 16 juni 2000
Een alinea uit Hoge Raad 16 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6231.
3.4 Onderdeel 2 verwijt het Hof dat het heeft miskend dat indien en voorzover [eiseres] haar retentierecht niet voor haar hele vordering aan de bank zou kunnen tegenwerpen, zij wel een voorrang heeft op hetgeen van de "kooppenningen" resteert na aftrek van hetgeen de bank op 15 oktober 1993 van [de vrouw] en [de man] te vorderen had, omdat niet valt in te zien waarom de bank ook voor haar rentevordering, voor zover ontstaan na laatstvermeld tijdstip, bij de verdeling van de verkoopopbrengst voorrang zou hebben boven de vordering van [eiseres] op [de vrouw] en/of [de man].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ce4ba098b8c271a26a0fea8381ec9e31903ce7c7e524a6b2d510c985a77e6a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ce4ba098b8c271a26a0fea8381ec9e31903ce7c7e524a6b2d510c985a77e6a4, en de alinea staat in dat document op bytes 13916 tot 14507.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ce4ba098b8c271a26a0fea8381ec9e31903ce7c7e524a6b2d510c985a77e6a4 | shasum -a 256