Citaat | Hoge Raad 16 juni 2000

Alinea 48 Hoge Raad 16 juni 2000

Een alinea uit Hoge Raad 16 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6232.

3.4.2 Tegen de achtergrond van hetgeen in 3.4.1 is overwogen moet worden aangenomen dat art. 792, aanhef en onder c - de eis van vermelding van de bedongen rente en het tijdstip of de tijdstippen waarop deze vervalt - niet ziet op bankhypotheken op binnenschepen, indien, zoals ook in het onderhavige geval, in de hypotheekakte een maximumbedrag is opgenomen, waarin ook de verschuldigde rente is begrepen. Aldus wordt ook voor zover het binnenschepen betreft recht gedaan aan de betekenis van de (crediet- en) bankhypotheek als onmisbaar financieringsinstrument. Het belang van derden dat zij kunnen nagaan in hoeverre de aan hun schuldenaar toebehorende registergoederen met hypotheek bezwaard zijn, wordt voldoende gewaarborgd door art. 3: 260 lid 1 BW, waarin - voor zover hier van belang - is bepaald dat de hypotheekakte moet vermelden het maximumbedrag dat uit hoofde van de hypotheek op het goed kan worden verhaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b69cb1f7759071e713b30544df9fecdaf5dc7045e9c037327e804ab652ac08eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b69cb1f7759071e713b30544df9fecdaf5dc7045e9c037327e804ab652ac08eb, en de alinea staat in dat document op bytes 17089 tot 18028.