Citaat | Hoge Raad 16 juni 2000

Alinea 47 Hoge Raad 16 juni 2000

Een alinea uit Hoge Raad 16 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6234.

Ten aanzien van de derde grondslag oordeelde de Rechtbank dat [A] Beheer rechtens geenszins verplicht was zich op 5 november 1993 te verbinden tot het vestigen van hypotheek op de haar toebehorende onroerende zaken en dat daarmee is gegeven dat ook de hypotheekvestiging ter uitvoering van deze overeenkomst als onverplicht in de zin van art. 43 lid 1, aanhef, heeft te gelden. Voorts leidde de Rechtbank uit de hypotheekakte van 3 december 1993 af dat de bedongen hypotheken (mede) zijn verstrekt tot zekerheid van de reeds bestaande schuld uit rekening-courant, welke schuld (door de bank niet betwist) destijds niet opeisbaar was. Op grond van dit een en ander kwam de Rechtbank tot het oordeel dat in beginsel is voldaan aan het bepaalde in art. 43 lid 1 sub 2º, waarmee de wetenschap in de zin van art. 42, behoudens tegenbewijs door de bank, wordt vermoed. Zij stelde derhalve partijen in de gelegenheid bewijs te leveren, de curator bewijs van benadeling en de bank tegenbewijs als vermeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee14beede1faf7b053b15ae517b3a8993567a3102af9511ab5843c03f159b534. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee14beede1faf7b053b15ae517b3a8993567a3102af9511ab5843c03f159b534, en de alinea staat in dat document op bytes 13750 tot 14762.