Citaat | Hoge Raad 16 juni 2000
Alinea 60 Hoge Raad 16 juni 2000
Een alinea uit Hoge Raad 16 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6234.
In lijn met deze uitgangspunten heeft de wetgever op de regel ‘geen nietigheid van verplichte handelingen’ in art. 47 slechts twee, nauwkeurig geformuleerde uitzonderingen gemaakt, waarvan in de onderhavige procedure aan de orde is de mogelijkheid van vernietiging "wanneer wordt aangetoond (...) dat hij die de betaling ontving, wist dat het faillissement van de schuldenaar reeds aangevraagd was". Deze uitzondering is blijkens de toelichting op het voorstel voor art. 47 gegrond op de gedachte dat de schuldeiser, die niet bloot een faillissement ducht, maar de zekerheid heeft verkregen dat daartoe aanvrage is gedaan, gezegd mag worden in strijd te handelen met de goede trouw door hem ook jegens zijn medeschuldeisers in acht te nemen, wanneer hij onder die omstandigheden nog betaling van zijn schuldenaar vraagt en aanneemt, en zich op die wijze aan de concursus onttrekt (Van der Feltz I, blz. 449).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee14beede1faf7b053b15ae517b3a8993567a3102af9511ab5843c03f159b534. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee14beede1faf7b053b15ae517b3a8993567a3102af9511ab5843c03f159b534, en de alinea staat in dat document op bytes 20104 tot 21030.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee14beede1faf7b053b15ae517b3a8993567a3102af9511ab5843c03f159b534 | shasum -a 256