Citaat | Hoge Raad 16 juni 2000
Alinea 64 Hoge Raad 16 juni 2000
Een alinea uit Hoge Raad 16 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6234.
3.6 Onderdeel 2 is gericht tegen de hiervoor in 3.4.3 weergegeven overwegingen van het Hof. Zoals in 3.4.3 reeds is aangegeven, moeten deze overwegingen bezien worden in het licht van ’s Hofs oordeel dat de vestiging van de hypotheken niet vernietigbaar is op grond van art. 47 en 42 F. Het Hof heeft niet blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door als uitgangspunt te nemen dat alsdan slechts bijzondere omstandigheden de hypotheekvestiging onrechtmatig zouden kunnen doen zijn. In de bedoelde artikelen liggen immers - naar het Hof terecht tot uitgangspunt heeft genomen - mede regels besloten ten aanzien van hetgeen in de periode vóór het faillissement tussen de aanstaande gefailleerde en zijn schuldeisers geoorloofd is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee14beede1faf7b053b15ae517b3a8993567a3102af9511ab5843c03f159b534. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee14beede1faf7b053b15ae517b3a8993567a3102af9511ab5843c03f159b534, en de alinea staat in dat document op bytes 22624 tot 23376.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee14beede1faf7b053b15ae517b3a8993567a3102af9511ab5843c03f159b534 | shasum -a 256