Citaat | Hoge Raad 16 juni 2000

Alinea 45 Hoge Raad 16 juni 2000

Een alinea uit Hoge Raad 16 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6237.

Het onderdeel is terecht voorgesteld. Het Hof heeft miskend dat de voormelde stellingen van L.E. Beheer dienden ter ondersteuning van de (aangevulde) grondslag van haar vordering dat zij op de door [de echtgenoot] gedane mededelingen mocht afgaan. Deze stellingen zijn immers van belang bij de beantwoording van de vraag of het mede op art. 6:228 lid 1, onder a, BW gebaseerde beroep op dwaling kon slagen. Het Hof had die stellingen daarom niet onbesproken mogen laten. Daarbij verdient aantekening dat de stellingen van L.E. Beheer impliceren dat zij de overeenkomst mede heeft gesloten onder invloed van een door [de echtgenoot] gewekte onjuiste voorstelling van zaken, zodat het feit dat de door [de echtgenoot] verstrekte inlichtingen in een eerder stadium dan bij het aangaan van de overeenkomst aan haar zouden zijn verstrekt, niet aan haar beroep op dwaling in de weg behoeft te staan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63c8d2eb8c6be7afc6d055852bf0eed509299e0b2f9813fc4f086f35c8126f66. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63c8d2eb8c6be7afc6d055852bf0eed509299e0b2f9813fc4f086f35c8126f66, en de alinea staat in dat document op bytes 12223 tot 13130.