Citaat | Hoge Raad 23 juni 2000
Alinea 56 Hoge Raad 23 juni 2000
Een alinea uit Hoge Raad 23 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6299.
Dit oordeel berust blijkens de hiervoor onder 3.4 vermelde overwegingen van het Hof op een samenstel van gronden, te weten: a) de vrouw kan zich vanaf het moment dat zij in 1991 rechtskundig advies heeft ingewonnen in verband met de toen door haar aangespannen echtscheidingsprocedure niet meer erop beroepen dat zij zich van de consequenties van het laten verstrijken van de vervaltermijn niet bewust was, b) zou de man hebben geweten dat de vrouw aanspraak maakte op ongeveer ƒ 3,5 miljoen, en daarmee op de helft van het eigen vermogen van het familiebedrijf van de man, dan zou hij het risico van de in 1995 in Rusland gedane investeringen, die het bedrijf een fors verlies hebben opgeleverd, niet hebben genomen, en c) de hiervoor onder 3.3 vermelde inhoud van het door de man, ook voor het geval dat het Hof zijn beroep op het vervalbeding zou honoreren, gedane aanbod.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3871ae5e39f2f71aa42cd30791d648ace4bc6213b478dd18fd22a782901d6d7d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3871ae5e39f2f71aa42cd30791d648ace4bc6213b478dd18fd22a782901d6d7d, en de alinea staat in dat document op bytes 18928 tot 19820.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3871ae5e39f2f71aa42cd30791d648ace4bc6213b478dd18fd22a782901d6d7d | shasum -a 256