Citaat | Hoge Raad 23 juni 2000

Alinea 57 Hoge Raad 23 juni 2000

Een alinea uit Hoge Raad 23 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6299.

De onderdelen 4 en 6 bevatten in de eerste plaats de klacht dat de man geen beroep heeft gedaan op de onder a) onderscheidenlijk c) vermelde grond. In het licht van de gedingstukken is echter geenszins onbegrijpelijk dat het Hof de stellingen van de man aldus heeft opgevat, dat hem mede in verband met het onder a) en c) vermelde een beroep op de vervaltermijn toekwam. In zoverre falen deze beide onderdelen .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3871ae5e39f2f71aa42cd30791d648ace4bc6213b478dd18fd22a782901d6d7d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3871ae5e39f2f71aa42cd30791d648ace4bc6213b478dd18fd22a782901d6d7d, en de alinea staat in dat document op bytes 19828 tot 20252.