Citaat | Hoge Raad 27 juni 2000
Alinea 33 Hoge Raad 27 juni 2000
Een alinea uit Hoge Raad 27 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6301.
3.1. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van omstandigheden die bij het onderzoek ter terechtzitting aan het Hof niet zijn gebleken en die op zichzelf of in verband met de destijds geleverde bewijzen onverenigbaar zijn in die zin dat het ernstig vermoeden ontstaat dat, waren zij aan het Hof bekend geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid tot vrijspraak van de aanvrager.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4eb089f797baea3df75364a4a4aceb69c0e82c1facd3e3f54d9877e39c8afea3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4eb089f797baea3df75364a4a4aceb69c0e82c1facd3e3f54d9877e39c8afea3, en de alinea staat in dat document op bytes 7493 tot 7902.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4eb089f797baea3df75364a4a4aceb69c0e82c1facd3e3f54d9877e39c8afea3 | shasum -a 256