Citaat | Hoge Raad 27 juni 2000
Alinea 68 Hoge Raad 27 juni 2000
Een alinea uit Hoge Raad 27 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6301.
2.2. Aan de aanvrage ligt de stelling ten grondslag dat thans gebleken is dat de op het slachtoffer aangetroffen spermasporen en haren van één en dezelfde persoon, niet zijnde de aanvrager of zijn mededader, afkomstig zijn. Nog daargelaten dat die stelling slechts in zoverre wordt ondersteund door het hiervoor onder 3.3 weergegeven bewijsmiddel dat daarin slechts wordt geconcludeerd dat ”niet kan worden uitgesloten dat de haren en het sperma afkomstig zijn van dezelfde persoon”, is de omstandigheid dat die sporen en haren van één en dezelfde persoon - niet zijnde de aanvrager of diens mededader - afkomstig zouden zijn, niet van dien aard dat op grond daarvan het ernstige vermoeden ontstaat dat het Hof, ware het daarmee bekend geweest, de aanvrager zou hebben vrijgesproken van het hem tenlastegelegde. Uit het hiervoor onder 4.2 overwogene volgt immers dat aan het Hof bekend was dat de op het slachtoffer aangetroffen spermasporen en haren niet van de aanvrager en/of zijn mededader afkomstig zijn, terwijl uit niets kan volgen dat voor het Hof van betekenis is geweest de vraag of die sporen en haren al of niet van één persoon afkomstig zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4eb089f797baea3df75364a4a4aceb69c0e82c1facd3e3f54d9877e39c8afea3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4eb089f797baea3df75364a4a4aceb69c0e82c1facd3e3f54d9877e39c8afea3, en de alinea staat in dat document op bytes 14393 tot 15571.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4eb089f797baea3df75364a4a4aceb69c0e82c1facd3e3f54d9877e39c8afea3 | shasum -a 256