Citaat | Hoge Raad 28 juni 2000

Alinea 110 Hoge Raad 28 juni 2000

Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6313.

2.15. Er is nog een arrest dat hier onze aandacht verdient: HR 20 maart 1985, BNB 1985/147. Een BV had een onderneming gekocht. De vier verkopers hadden de verkoopopbrengst, voorzover deze overeenkwam met de behaalde fiscale boekwinst, aangewend als koopsom voor lijfrenten, die zij van de BV bedongen. Eén lijfrente was een onmiddellijk ingaande, de andere drie waren uitgestelde. De koopsommen voor de lijfrenten waren gebaseerd op de tarieven van een verzekeringsmaatschappij, met toepassing van door die maatschappij verleende rentestandskortingen. De effectieve rekenrente beliep daardoor klaarblijkelijk 8,5%. De BV wenste haar nog niet ingegane lijfrenteverplichtingen te waarderen volgens een systeem, inhoudend, in de woorden van uw Raad:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc497299688e198348e0242cd8ff1c8350a273051c665f2f7212c6a1ba8821d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc497299688e198348e0242cd8ff1c8350a273051c665f2f7212c6a1ba8821d9, en de alinea staat in dat document op bytes 37571 tot 38333.