Citaat | Hoge Raad 28 juni 2000

Alinea 160 Hoge Raad 28 juni 2000

Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6313.

5.6. Toch overtuigt dit betoog mij niet. De peildatum voor de waardering is in dit geval 31 december 1992. Op dat moment - en ook daarvoor reeds - was er een aanzienlijk verschil tussen de marktrente voor langlopende leningen en de 4% rente waarop de tarieven van verzekeringsmaatschappijen waren gebaseerd. Om die reden hebben de verzekeraars bij het afsluiten van contracten rentekortingen op de tariefsrente toegestaan. Zoals uiteengezet in de punten 3.1. t/m 3.3. hiervoor, is het in de levensverzekeringsbranche sinds 1969 gebruikelijk dat de rentekortingen een rol spelen bij de fiscale waardering van de verzekeringsverplichtingen. Weliswaar wordt de wiskundige reserve berekend met een rekenrente van 4%, maar de toegestane rentekortingen worden als correctie daarop geactiveerd. De veronderstelling van het middel dat professionele verzekeraars hun verplichtingen steeds plegen te waarderen met inachtneming van een rente van - effectief - 4%, ook in jaren met hoge rentestanden, is mitsdien niet juist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc497299688e198348e0242cd8ff1c8350a273051c665f2f7212c6a1ba8821d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc497299688e198348e0242cd8ff1c8350a273051c665f2f7212c6a1ba8821d9, en de alinea staat in dat document op bytes 56183 tot 57209.