Citaat | Hoge Raad 28 juni 2000
Alinea 26 Hoge Raad 28 juni 2000
Een alinea uit Hoge Raad 28 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6314.
4.5. Aan dat oordeel heeft het Hof de gevolgtrekking verbonden dat, zakelijk weergegeven, de passagiers-heffing, waarvan de hoogte aldus afhankelijk is gesteld van omstandigheden die geen invloed hebben op de mate van gebruik, tot een willekeurige en onredelijke belastingheffing leidt en dat de Verordening derhalve wat betreft de passagiersheffing onverbindend is. Met dat oordeel heeft het Hof tot uitdrukking gebracht dat de passagiersheffing - die moet worden gerekend tot de gebruiksretributies als bedoeld in artikel 277, lid 1, aanhef en letter b, onder 1º, van de gemeentewet (tekst tot 1994) - zich niet richt naar het gebruik dat met de veerschepen van de gemeentewateren wordt gemaakt, zodat aan de passagiersheffing verbindende kracht moet worden ontzegd. Gelet op hetgeen hiervoor in 4.3 is overwogen over de uitleg van de Verordening, is dit oordeel juist, zodat het middel ook faalt voorzover het tegen dit oordeel is gericht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b605812f22f4bad463e4998b80c607b79bb308a7c75ba765fc84e8029e78511. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b605812f22f4bad463e4998b80c607b79bb308a7c75ba765fc84e8029e78511, en de alinea staat in dat document op bytes 10795 tot 11751.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2b605812f22f4bad463e4998b80c607b79bb308a7c75ba765fc84e8029e78511 | shasum -a 256