Citaat | Hoge Raad 30 juni 2000
Alinea 32 Hoge Raad 30 juni 2000
Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6338.
Ermer heeft in het onderhavige geding gevorderd de Bank te veroorde-len tot, kort weergegeven, betaling van een bedrag van US$ 75.000,--, althans de tegenwaarde daarvan in Nederlandse valuta. De Rechtbank heeft deze vor-dering toegewezen. De over-wegingen die zij aan deze beslissing ten grondslag heeft ge-legd, komen op het volgende neer. Zowel Ermer als de Bank is ten tijde van het telefoongesprek ervan uitgegaan dat Ermer geen nadeel zou ondervinden van de debitering, omdat zij het bewuste bedrag op enigerlei wijze van Black Hole zou ontvan-gen. Dit uitgangs-punt is echter onjuist gebleken. Het moet dan ervoor worden gehouden dat de debite-ring zonder rechtsgrond is geschied, zodat Ermer ingevolge art. 6:203 BW gerech-tigd is het bedrag van US$ 75.000,-- terug te vorderen. Het Hof heeft het vonnis van de Rechtbank vernietigd en de vordering van Ermer afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/569df94aa12653b8c60a17cbe8acfacf91b5f72ec056da1d3b7cfd247b523105. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 569df94aa12653b8c60a17cbe8acfacf91b5f72ec056da1d3b7cfd247b523105, en de alinea staat in dat document op bytes 7270 tot 8160.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/569df94aa12653b8c60a17cbe8acfacf91b5f72ec056da1d3b7cfd247b523105 | shasum -a 256