Citaat | Hoge Raad 30 juni 2000
Alinea 37 Hoge Raad 30 juni 2000
Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6341.
3.3.2 Onderdeel 2 strekt ten betoge dat, ook indien zou moeten worden aan-genomen dat [de vriendin van de overleden man] de enige erfgenaam van de man is, zij toch niet gerech-tigd is de onderhavige proce-dure te voeren, nu de uit de nalatenschap verkre-gen goederen onder bewind zijn gesteld. Het onderdeel is gegrond. Het be-wind houdt in dat de erfgenaam wiens goederen onder bewind zijn gesteld, ten aan-zien van die goederen zelfstandige be-heers- en beschikkingsbevoegdheid mist, hetgeen meebrengt dat hij met betrekking tot die goederen ook niet eisende of verwe-rende in rechte kan optreden. Onderdeel 3, dat voortbouwt op onderdeel 2 en inhoudt dat niet [de vriendin van de overleden man] maar de bewindvoerder de onderhavige proce-dure had behoren te voeren, is derhalve eveneens gegrond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a601958721a0122a8b3a4046c2fc228d93496f1c4ab5103acb36db764977e45f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a601958721a0122a8b3a4046c2fc228d93496f1c4ab5103acb36db764977e45f, en de alinea staat in dat document op bytes 12118 tot 12930.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a601958721a0122a8b3a4046c2fc228d93496f1c4ab5103acb36db764977e45f | shasum -a 256