Citaat | Hoge Raad 30 juni 2000

Alinea 39 Hoge Raad 30 juni 2000

Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6341.

3.4.2 In haar eerste appelgrief heeft de vrouw aangevoerd dat de President ten onrechte heeft aangenomen dat een spoed-eisend belang bestond. Onderdeel 4 neemt met juistheid tot uitgangspunt dat in hoger beroep niet beslissend is of in eer-ste aanleg al dan niet terecht een spoedeisend belang aanwezig is geacht, maar dat het erom gaat of ook in hoger beroep nog een spoedeisend belang bestaat. Deze vraag heeft het Hof onder ogen gezien en bevestigend beant-woord in rov. 6 van zijn eind-arrest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a601958721a0122a8b3a4046c2fc228d93496f1c4ab5103acb36db764977e45f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a601958721a0122a8b3a4046c2fc228d93496f1c4ab5103acb36db764977e45f, en de alinea staat in dat document op bytes 13377 tot 13888.