Citaat | Hoge Raad 30 juni 2000

Alinea 36 Hoge Raad 30 juni 2000

Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6344.

3.2 [Verkopers] hebben een vordering ingesteld tegen [kopers] tot betaling van de contractuele boete, met rente en incassokosten, wegens het toerekenbaar tekortschieten in de nakoming van de ten processe bedoelde koopovereenkomst. [Kopers] hebben (in conventie) als verweer gevoerd dat de koopovereenkomst reeds was ontbonden door het beroep dat zij hebben gedaan op de in artikel 13.1 daarvan opgenomen voorwaarden dat de overeenkomst ontbonden zal kunnen worden (a) als aan kopers niet voor 30 april 1993 een onherroepelijke vergunning is verleend om het in het verkochte begrepen restaurant uit te breiden tot hotel met congresfaciliteiten en (b) als voor 30 april 1993 uit een eventueel bodem- en grondwateronderzoek blijkt dat de grond en/of het grondwater verontreinigd zijn/is en deze verontreiniging voor kopers redelijkerwijze niet aanvaardbaar is te achten. Subsidiair hebben zij een beroep op dwaling gedaan op grond van het feit dat beide partijen niet op de hoogte waren van de geconstateerde waterverontreiniging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74368d7d3def1344b450f8ed36c36169c07284389e4912899a13bff6a64c7630. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74368d7d3def1344b450f8ed36c36169c07284389e4912899a13bff6a64c7630, en de alinea staat in dat document op bytes 8208 tot 9250.