Citaat | Hoge Raad 30 juni 2000

Alinea 37 Hoge Raad 30 juni 2000

Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6344.

De Rechtbank heeft in haar eerste tussenvonnis geoordeeld dat de ontbindende voorwaarde (b) niet is vervuld en dat de ontbindende voorwaarde (a) wel is vervuld doch slechts kan leiden tot ontbinding van de koopovereenkomst indien [kopers] hierop naar redelijkheid en billijkheid een beroep hadden kunnen doen. De Rechtbank heeft voorts het beroep op dwaling verworpen. Zij heeft vervolgens een comparitie van partijen bevolen tot het geven van inlichtingen over de vraag of de termijn om een onherroepelijke bouwvergunning te krijgen zodanig kort was dat ook wanneer [kopers] zich naar behoren hadden ingespannen, voorafgaand aan 30 april 1993 een dergelijke bouwvergunning toch niet had kunnen worden verkregen. De Rechtbank is in haar tweede tussenvonnis tot de conclusie gekomen dat die vraag bevestigend moet worden beantwoord en zij heeft aan [verkopers] bewijs opgedragen van hun stelling dat [eiser 1] zich jegens [verweerder 1] zodanig heeft uitgelaten dat deze erop mocht vertrouwen dat, zakelijk weergegeven, de ontbindende voorwaarden waren vervallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74368d7d3def1344b450f8ed36c36169c07284389e4912899a13bff6a64c7630. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74368d7d3def1344b450f8ed36c36169c07284389e4912899a13bff6a64c7630, en de alinea staat in dat document op bytes 9258 tot 10334.