Citaat | Hoge Raad 30 juni 2000

Alinea 41 Hoge Raad 30 juni 2000

Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6344.

3.4 Hetgeen in 3.3 is overwogen met betrekking tot onderdeel 1a brengt mee dat ook onderdeel 2 slaagt. Het Hof heeft immers niet vastgesteld dat [kopers] het beroep op dwaling hebben prijsgegeven. Hoewel [kopers] in de memorie van antwoord (p. 5) hebben gesteld dat zij zich met uitzondering van de afwijzing van hun beroep op de ontbindende voorwaarde (b) betreffende de bodemverontreiniging "kunnen vinden in" de beide vonnissen, kan daaruit niet worden afgeleid dat zij het beroep op dwaling hebben prijsgegeven, nu (i) dat beroep samenhangt met de in voorwaarde (b) bedoelde verontreiniging en (ii) deze uitlating moet worden verstaan in het licht van hun verweer tegen de grieven van [verkopers] die hoger beroep hebben ingesteld van tussenvonnissen die voor hen ongunstige beslissingen bevatten ten aanzien van het door [kopers] gedane beroep op de ontbindende voorwaarde (a).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74368d7d3def1344b450f8ed36c36169c07284389e4912899a13bff6a64c7630. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74368d7d3def1344b450f8ed36c36169c07284389e4912899a13bff6a64c7630, en de alinea staat in dat document op bytes 12090 tot 12985.