Citaat | Hoge Raad 30 juni 2000

Alinea 41 Hoge Raad 30 juni 2000

Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6345.

3.2 In cassatie is uitsluitend de vraag aan de orde of het Hof op goede gronden het verzoek van [eiseres], gedaan bij pleidooi in hoger beroep, om de procedure te verwijzen naar een ander gerechtshof, heeft afgewezen. Aan dit verzoek heeft [eiseres] ten grondslag gelegd dat de Stichting in feitelijke instanties werd bijgestaan door een advocaat die tevens rechter-plaatsvervanger is in de Rechtbank, evenals vijf kantoorgenoten van hem, terwijl twee andere advocaten van hetzelfde advocatenkantoor raadsheer-plaatsvervanger in het Hof zijn. Dit alles maakt volgens [eiseres] dat het Hof en de Rechtbank niet onpartijdig en onafhankelijk deze zaak kunnen beoordelen, althans dat de schijn is gewekt van gebrek aan onafhankelijkheid en onpartijdigheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d349540575b9d2fa3251c6d2aa66b4d9504dc2759e016ba750574fd11beea8a5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d349540575b9d2fa3251c6d2aa66b4d9504dc2759e016ba750574fd11beea8a5, en de alinea staat in dat document op bytes 9161 tot 9926.