Citaat | Hoge Raad 11 juli 2000

Alinea 102 Hoge Raad 11 juli 2000

Een alinea uit Hoge Raad 11 juli 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6460.

5.4. Voorzover het middel erover klaagt dat het Hof bij het bepalen van de hoogte van de straf geen rekening heeft gehouden met de "vele fouten welke tijdens de opsporing werden gemaakt" kan het niet tot cassatie leiden nu een dergelijke algemene bewering niet kan gelden als een uitdrukkelijk en voldoende gespecificeerd verweer. Voorzover het middel er echter over klaagt dat het Hof niet uitdruk-kelijk heeft beslist op het verweer betreffende de in het kader van de verlenging van de gevangenhouding opgetreden normschending als in de hiervoor onder 5.3 weergegeven beschikking van het Hof vermeld, te weten het niet tijdig horen van de verdachte, is het terecht voorgesteld. Opmerking verdient in dit verband nog dat ook wanneer het Hof van oordeel was dat het onderhavige verzuim niet tot strafvermindering behoefde te leiden, het Hof deze beslissing had behoren te motiveren. Indien de rechter met toepassing van art. 413, vijfde lid, SvNA besluit tot strafvermindering, dient hij in zijn beslissing aan te geven in hoeverre hij de straf in verband met de begane normschending vermindert (vgl. in dit verband HR 6 april 1999, NJ 1999, 565, rubriek 11.2).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/542e6ae936f4e984ebfe80b06171c46a50af7a607a26a482c5e75f7dc50568db. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 542e6ae936f4e984ebfe80b06171c46a50af7a607a26a482c5e75f7dc50568db, en de alinea staat in dat document op bytes 18533 tot 19707.