Citaat | Hoge Raad 14 juli 2000

Alinea 33 Hoge Raad 14 juli 2000

Een alinea uit Hoge Raad 14 juli 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6508.

4.6. Het Hof heeft niet vastgesteld of het aanslagbiljet op de voet van artikel 234, lid 8, van de Gemeentewet op of aan het geparkeerde voertuig is aangebracht, noch of, uitgaande van het blijkens het hiervoor overwogene bij gebreke van een dergelijke uitreiking geldende aanvangstijdstip, de bezwaartermijn in acht is genomen en evenmin of, uitgaande van dat aanvangstijdstip, de - mogelijke - termijnoverschrijding met inachtneming van de omstandigheid dat het “duplicaat” niet aan belanghebbende maar aan de houder van het voertuig is verzonden, verschoonbaar is. Nu niet duidelijk is van welke situatie het Hof op deze punten is uitgegaan, is zijn oordeel dat belanghebbende terecht in haar bezwaar niet is ontvangen, onvoldoende met redenen omkleed. In zoverre slagen de klachten. De uitspraak van het Hof kan derhalve niet in stand blijven. De klachten behoeven voor het overige geen behandeling meer. Verwijzing moet volgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bc7f788c0ea9163742d0f27e243a41756f4654f7c1da911395551742070d6ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bc7f788c0ea9163742d0f27e243a41756f4654f7c1da911395551742070d6ab, en de alinea staat in dat document op bytes 13613 tot 14562.