Citaat | Hoge Raad 14 juli 2000

Alinea 63 Hoge Raad 14 juli 2000

Een alinea uit Hoge Raad 14 juli 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6508.

3.3. Art. 20, lid 1, eerste volzin, AWR geeft de inspecteur - in dit geval: de Chef - de bevoegdheid om belasting na te heffen, die op aangifte had moeten worden voldaan maar die niet is betaald. Blijkens art. 20, lid 2, eerste volzin, AWR geschiedt de naheffing bij wege van naheffingsaanslag, die wordt opgelegd aan degene die de belasting had behoren te betalen, dus aan belanghebbende. Art. 5, lid 1, AWR regelt wat er vervolgens moet gebeuren: ter vastelling van de aanslag maakt de inspecteur een aanslagbiljet op en stelt hij het biljet ter hand aan de ontvanger. De bekendmaking van de aanslag geschiedt - als hoofdregel - door de ontvanger, en wel door toezending of uitreiking van het biljet aan de belastingschuldigde; zie art. 8, lid 1, Inv.wet 1990. Te dezen is dat anders nu art. 234, lid 8, Gem.wet bepaalt dat, zo het niet mogelijk is het aanslagbiljet terstond aan de belastingschuldige uit te reiken, kan worden volstaan met het aanbrengen van het biljet op of aan het voertuig, in welk geval het biljet niet de naam van de belastingschuldige vermeldt maar het kenteken van het voertuig.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bc7f788c0ea9163742d0f27e243a41756f4654f7c1da911395551742070d6ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bc7f788c0ea9163742d0f27e243a41756f4654f7c1da911395551742070d6ab, en de alinea staat in dat document op bytes 20022 tot 21140.