Citaat | Hoge Raad 14 juli 2000

Alinea 12 Hoge Raad 14 juli 2000

Een alinea uit Hoge Raad 14 juli 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6512.

3.1. In cassatie herhaalt belanghebbende zijn voor het Hof gehouden betoog dat de hem opgelegde aanslag is opgelegd door een daartoe onbevoegd orgaan en bovendien berust op een niet verbindende omslagverordening, aangezien het voorlopige dagelijks bestuur, namens welk orgaan de aanslag is vastgesteld, en de voorlopige algemene vergadering, die de omslagverordening heeft vastgesteld, daartoe niet bevoegd waren nu zij tot stand zijn gekomen in strijd met de bepalingen van de Waterschapswet. De voorlopige algemene vergadering is immers, aldus de klachten, in strijd met artikel 14 van de Waterschapswet niet tot stand gekomen door verkiezingen en de leden ervan hadden, evenals de leden van het voorlopige dagelijks bestuur, geen zittingsduur van vier jaar, maar op grond van de overgangsregeling in het Reglement van het waterschap De Zeeuwse Eilanden is de voorlopige algemene vergadering gevormd door een aantal leden van de besturen van de fuserende waterschappen en was de zittingsduur van die leden korter dan vier jaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2eef806c552fb6b8f8562577863e116eeaedc5b3331fbacd62e495555071a1b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2eef806c552fb6b8f8562577863e116eeaedc5b3331fbacd62e495555071a1b4, en de alinea staat in dat document op bytes 5802 tot 6845.