Citaat | Hoge Raad 14 juli 2000
Alinea 15 Hoge Raad 14 juli 2000
Een alinea uit Hoge Raad 14 juli 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6513.
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Erflater F is overleden op 2 augustus 1995. Hij was in algehele gemeenschap van goederen gehuwd en liet zijn echtgenote en zijn twee kinderen na. Krachtens testament verkreeg de echtgenote (belanghebbende) het vruchtgebruik en verkregen de kinderen de blote eigendom van de nalatenschap, waartoe onder meer de onverdeelde helft van de aandelen in B BV (hierna: de Holding) behoorden. De Holding hield de aandelen in C BV (hierna: de Supermarkt), welke vennootschap een levensmiddelenbedrijf exploiteerde. Op 17 oktober 1995 is een intentieverklaring en vervolgens op 10 januari 1996 een akte houdende een overeenkomst van koop en verkoop van de aandelen in de Supermarkt aan een derde getekend. In de intentieverklaring is als koopprijs voor de aandelen in de Supermarkt een bedrag van f 1.540.000,-- vermeld, opgebouwd uit f 40.000,-- voor het aandelenkapitaal en f 1.500.000,-- voor goodwill.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/626325efc00019669b22ed4e95a15ab5e543fdfe2def681bc83a8ccc2e41d33f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 626325efc00019669b22ed4e95a15ab5e543fdfe2def681bc83a8ccc2e41d33f, en de alinea staat in dat document op bytes 6926 tot 7890.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/626325efc00019669b22ed4e95a15ab5e543fdfe2def681bc83a8ccc2e41d33f | shasum -a 256