Citaat | Hoge Raad 14 juli 2000

Alinea 20 Hoge Raad 14 juli 2000

Een alinea uit Hoge Raad 14 juli 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6513.

3.6. Het eerste middel herhaalt voor het overige, evenals het derde middel, het door het Hof verworpen betoog dat het gelijkheidsbeginsel meebrengt dat in weerwil van het hiervoor overwogene de in de waarde van de aandelen begrepen goodwill bij het bepalen van de heffingsgrondslag buiten aanmerking moet blijven. Dit - in het beroepschrift in cassatie nader uitgewerkte - betoog kan als volgt worden samengevat. Voor de heffing van het recht van successie bestaat geen relevant verschil tussen de verkrijging van een eenmanszaak en de verkrijging van incourante aandelen van een besloten vennootschap waarvan de aandelen door één persoon worden gehouden en waarin een onderneming wordt gedreven. Nu in het eerstbedoelde geval heffing van successierecht over de in de eenmanszaak aanwezige goodwill achterwege blijft, dient zulks ook bij de vererving van de door een ondernemer gehouden aandelen te geschieden, tenzij voor het verschil een objectieve en redelijke rechtvaardiging mocht bestaan, hetgeen echter niet het geval is, aldus de hier besproken middelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/626325efc00019669b22ed4e95a15ab5e543fdfe2def681bc83a8ccc2e41d33f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 626325efc00019669b22ed4e95a15ab5e543fdfe2def681bc83a8ccc2e41d33f, en de alinea staat in dat document op bytes 11480 tot 12557.