Citaat | Hoge Raad 14 juli 2000

Alinea 25 Hoge Raad 14 juli 2000

Een alinea uit Hoge Raad 14 juli 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6513.

3.10. In dit geding zijn geen argumenten aangevoerd op grond waarvan zou kunnen worden aangenomen dat de regering in een later stadium op grond van gewijzigd inzicht of op grond van nadien gewijzigde omstandigheden van dit standpunt is teruggekomen. Het tegendeel kan worden afgeleid uit de omstandigheid dat de wetgever ook voor de destijds in artikel 59a van de Successiewet 1956 en later in de artikelen 25 en 26 van de Invorderingswet 1990 opgenomen regelingen de hier aan de orde zijnde gevallen als gelijke gevallen heeft gezien en gelijkelijk in de daarin voorziene faciliteiten tot vergemakkelijking van de financiering bij bedrijfsopvolging door vererving en schenking heeft laten delen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/626325efc00019669b22ed4e95a15ab5e543fdfe2def681bc83a8ccc2e41d33f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 626325efc00019669b22ed4e95a15ab5e543fdfe2def681bc83a8ccc2e41d33f, en de alinea staat in dat document op bytes 16259 tot 16968.