Citaat | Hoge Raad 14 juli 2000
Alinea 23 Hoge Raad 14 juli 2000
Een alinea uit Hoge Raad 14 juli 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6514.
3.2.2. Voorzover de klachten zich tegen deze oordelen richten, falen zij. In het hiervóór in 3.2.1 als laatste vermelde oordeel ligt besloten het oordeel dat een gerede kans dat ten gevolge van bijzondere bij de verkoop gemaakte en met de betaling verband houdende bedingen de exploitatie van de onderneming in de toekomst weer voor rekening van de verkoper zou geschieden, niet aanwezig was. Laatstbedoeld oordeel is van feitelijke aard en niet onbegrijpelijk, zodat het in cassatie niet met vrucht kan worden bestreden. Uitgaande van dit oordeel heeft het Hof terecht beslist dat de vordering op belanghebbendes zoon behoort tot het privé-vermogen van belanghebbende, zodat de gestelde vermindering van de waarde van die vordering niet in mindering komt op belanghebbendes winst uit onderneming.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aeea201ca9c0d26b47c1d321b281841c6382466f32a11afb1073eeedebfe8e9e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aeea201ca9c0d26b47c1d321b281841c6382466f32a11afb1073eeedebfe8e9e, en de alinea staat in dat document op bytes 7505 tot 8318.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aeea201ca9c0d26b47c1d321b281841c6382466f32a11afb1073eeedebfe8e9e | shasum -a 256