Citaat | Hoge Raad 14 juli 2000
Alinea 53 Hoge Raad 14 juli 2000
Een alinea uit Hoge Raad 14 juli 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6526.
Na in rov. 2 en 3 van zijn arrest de grondslag van de vordering en het oordeel van de Rechtbank in eigen bewoordingen te hebben weergegeven, heeft het Hof in rov. 4.1 vooropgesteld dat [verweerder 1] en HTM bezwaar maken tegen de conclusie van de Rechtbank dat [verweerder 1] rekening ermee moest houden dat [eiser] bij de eerste gelegenheid linksaf zou slaan. Het Hof deelde dit bezwaar (rov. 4.2) en wel op grond van hetgeen het in zijn rov. 4.3-4.7 aan de hand van de getuigenverklaringen heeft overwogen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72b8ee470e65e5af10e8409c1c7701daf569b4f0cf989ed3b0659e954d7aee1e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72b8ee470e65e5af10e8409c1c7701daf569b4f0cf989ed3b0659e954d7aee1e, en de alinea staat in dat document op bytes 14688 tot 15212.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/72b8ee470e65e5af10e8409c1c7701daf569b4f0cf989ed3b0659e954d7aee1e | shasum -a 256