Citaat | Hoge Raad 14 juli 2000
Alinea 72 Hoge Raad 14 juli 2000
Een alinea uit Hoge Raad 14 juli 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6526.
De gegrondheid van de onderdelen a-c van het middel in het principale beroep brengt mee dat ’s Hofs arrest niet in stand kan blijven. Verwijzing moet volgen. Mocht na verwijzing worden beslist dat de tegen de oordelen van de Rechtbank over de verwijtbaarheid van het rijgedrag van [verweerder 1] en het oorzakelijk verband met het ongeval aangevoerde grieven in het principaal hoger beroep falen, dan zal ook de door de grieven V en VI in het principaal appel alsmede door de grieven in het incidenteel appel aan de orde gestelde vraag hoe de schade op de voet van art. 6:101 lid 1 BW dient te worden verdeeld over [eiser] en [verweerder 1]/HTM, moeten worden onderzocht. Met het oog op de proceseconomie acht de Hoge Raad het geraden met betrekking tot die vraag de volgende aanwijzingen te geven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72b8ee470e65e5af10e8409c1c7701daf569b4f0cf989ed3b0659e954d7aee1e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72b8ee470e65e5af10e8409c1c7701daf569b4f0cf989ed3b0659e954d7aee1e, en de alinea staat in dat document op bytes 21726 tot 22542.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/72b8ee470e65e5af10e8409c1c7701daf569b4f0cf989ed3b0659e954d7aee1e | shasum -a 256